zondag 26 oktober 2014

Hond Kita op vakantie in Frankrijk

Wandelvakantie
Een paar keer per jaar verzorg ik wandelvakanties in Frankrijk, in de Morvan, een prachtig natuurgebied met meren, bossen, landerijen en met een middengebergte van 300 tot 900 m hoogte.

De wandelgroep, ongeveer 25 personen, loopt elke dag in een andere omgeving. Als gids ga ik altijd voorop en natuurlijk gaat hond Kita altijd mee. Ze loopt dan 100 m vooruit, gaat aan de kant liggen en wacht totdat ik eraan kom en hoopt dan op een commando. Maar in zo’n wandelweek ben ik gericht op de wandelaars en ben dus (voor de “buitenwereld”) weinig bezig met de hond. Maar lichaamstaal of een fluisterend woord is voor Kita al voldoende om de volgende run in te zetten.

Al snel verwondert de groep zich over het gedrag van de hond. Kita weet al heel snel de routes die ik met de groepen loop. Bij een kruispunt in een bos weet zij al dat ik daar hoogstwaarschijnlijk linksaf ga. Ze gaat dus links het pad in, gaat liggen en wacht totdat ik er ben.
En na één dag al hoor ik de wandelaars zeggen: “Die hond wijst ons de weg”. De focus van de Kita is altijd op mij gericht en laat dus een onvoorwaardelijke trouw zien. Volgzaam, alert en met plezier is mijn maatje dus de hele dag bij ons. Dat gaat zo de hele week door. Als ik stop voor een anekdote of een korte vertelling, ligt Kita aan de kant te wachten en zodra ik beweeg, beweegt Kita.

Demonstratie
Op de laatste dag van de afgelopen wandelweek gebeurt er iets bijzonders. Deelnemers genieten, houden zich kranig, maar ik zie dat enkelen moeite hebben met het tempo, dus las ik af en toe een rustmoment in.

Het is aan het einde van de middag, we lopen over een heuvelachtig landschap met wat bossen en weilanden. Ik stop bij een hek bij een weiland en verderop lopen zo'n 10 schapen te grazen. De groep sluit aan en luistert. Eindelijk tijd voor een korte demo. Ik geef aan dat ik op 30 m afstand nog steeds kan fluisteren met mijn hond, "Maar..." zeg ik:“Ik heb géén toestemming, ik ken de schapen niet en Kita kent de schapen ook niet! Dus als er iets gebeurt, dan roep ik Kita direct terug.”

Het is muisstil, ik open het hek en Kita rent de wei in, direct fluister ik het commando “lie down” en direct ligt Kia af in het weiland, 30 m vanaf het hek. Ik fluister het sluipcommando “easy” en Kita sluipt naar de kudde. Dan, op 50 m afstand, leg ik haar weer af. Ongeloof op de gezichten van de wandelaars. Dan leg ik uit dat ik Kita op “12 uur” ga leggen. Met andere woorden ik stuur Kita in een boog om de schapen heen, zodat Kita achter de schapen is. De schapen behoren dan te schrikken, zoeken elkaar op en worden door de hond naar voren naar mij, de herder, gebracht.

Ai!
Dat wil zeggen... zo behoort het spelletje te gaan, maat het loopt dit keer anders! De schapen zien misschien voor het eerst van hun leven een hond. De schapen groeperen (kuddegedrag) en de leider kijkt Kita strak aan. Kita neemt dezelfde positie in en kijkt de kudde aan (the eye). In zo’n situatie moet de hond zoveel “druk” uitoefenen dat de kudde terugdeinst en Kita sluipt dan naar de kudde, zodat de kudde in beweging blijft.

De leider van de kudde deinst echter niet terug. Uit nieuwsgierigheid of om zijn kudde te verdedigen stapt de leider, gevolgd door de overige schapen, langzaam op Kita af!
Helaas... Kita geeft te weinig druk en wijkt uit naar links. Gevolg: de kudde loopt ook naar links. Daarna wijkt Kita uit naar rechts, de leider ook, dus ook de kudde loopt naar rechts. Voor de buitenstaander is dit een koddig gezicht: “Ooh, kijk eens, de schaapjes volgen allemaal de hond, geweldig!”

Voor mij als herder is dit een situatie die ik te allen tijden wil en moet voorkomen. Als het mijn eigen kudde in Midden Delfland is, zal ik direct ingrijpen en snel mijn assistentie verlenen om samen “druk” te zetten op de kudde zodat de kudde toch uitwijkt en mijn hond aanspoort om de kudde langzaam op te “drijven”.

Applaus
Maar… dit is niet mijn kudde, dit is niet mijn land, dus fluit ik snel mijn hond terug naar het hek. 10 meter voor het hek fluister ik nog één keer: “lie down” en direct ligt Kita af. Ik open het hek en roep Kita. Langzaam loopt Kita naar het hek toe (jammer baas, ik had nog zoveel zin...). Op het moment dat Kita door het hek gaat, klappen 25 vermoeide wandelaars luid voor de hond.

Ik was van plan om alles uit te leggen, maar… ik laat het maar zo. We vervolgen onze weg en met trots luister ik naar de complimenten en de verbazing die men uitspreekt over Kita.

In het midden de oude hamel van onze eigen kudde.

zondag 5 oktober 2014

Als er een schaap over de dam is...

Een groep uit de psychiatrie gaat met mij op stap met de kudde. We kiezen voor een gebied met veel smalle paadjes en kleine platte bruggetjes. De schapen hebben niet veel met water en zeker niet zo'n smal plat bruggetje. Ze stoppen dan ook altijd voor een brug. Als ik met de leider (de hamel) voorop loop, is het geen probleem: de hamel volgt mij en de kudde volgt de hamel. Hond Kita zorgt er voor dat de achterste schapen ook meekomen.

Maar als ik met een groep loop, ben ik achter de kudde. Samen met enkele deelnemers hoed ik de kudde: we drijven de schapen rustig naar voren. Aangekomen bij een platte brug, zie je steevast hetzelfde patroon: de schapen stoppen voor de brug. Als de hamel voorop loopt, is er geen probleem. Maar vaak gebeurt het dat de hamel ook achter de kudde bij mij blijft. Hoe lossen we dit op?

Voorzichtigheid is dan geboden. Ik waarschuw de deelnemers om rustig te blijven en enige afstand te houden. Bij te veel druk ontstaat er immers stress bij de kudde en dan willen de schapen allemaal tegelijk over die smalle brug.
De deelnemers stoppen, alles is onder controle, maar door de drukte vergeet ik mijn eigen hond, en die wil natuurlijk vlak achter de schapen zijn, dus... Toch nog enige stress voor de brug! Ik wil Kita terug sturen, maar het is al te laat.

Een deelnemer, die vooraan bij de brug staat, ziet het gebeuren. Zwaaiend met z'n armen schreeuwt hij: "Er is een schaap in het water gedonderd." Ik sta zelf helemaal achteraan de kudde en schreeuw gemaakt paniekerig terug: "Doe wat, anders verzuipt dat beest!"

8 van de 10 deelnemers staan aan de grond genageld, weten zich geen raad, maar 2 deelnemers nemen het initiatief, ze stappen in de slootkant en doen verwoede pogingen om het schaap te redden. Inmiddels ben ik door de kudde lopend, gearriveerd bij de brug.
Als het een lammetje is dan geef ik in zulke gevallen enkel advies wat de deelnemer(s) moet(en) doen. Als het een volwassen schaap is, zal ik assistentie moeten verlenen.
Dit keer is een een volwassen schaap, kop en nek steken nog net boven het water uit. Met de kromming van mijn herdersstaf trek ik een voorpoot van het schaap naar me toe. We pakken het schaap bij zijn vacht en voorpoten beet en met vereende krachten trekken we het schaap op het droge (al gauw met al dat water in zijn vacht 80 kg).

Het schaap sprint de brug over om bij de kudde aan te sluiten. Met m'n handen op mij knieën, speel ik de rol van zeer vermoeide herder. Ik zie dat de twee redders ook na staan te hijgen, we glimlachen, ik loop naar ze toe en geef ze een high five! De andere deelnemers hebben met bewondering toegekeken en een enkeling geeft complimenten aan de redders.
We vervolgen onze weg en na afloop drinken we met z'n allen koffie in de herdershut.

De redding is het gesprek van de dag, de twee redders raken niet uitgepraat en "boerin" Ellen, die voor de koffie en de taart zorgt, hoort alles met veel belangstelling aan.
De deelnemers stappen daarna in het busje met begeleiding en rijden terug naar de instelling. De duimen gaan omhoog, ik zie blije gezichten en ik kijk het busje na over het lange boerenpad.

Dit was voor hen meer dan alleen maar een leuke middag en een lekker stuk taart.
Natuurbeleving, respect voor de dieren, maar vooral... het vergroten van het zelfbeeld en zelfvertrouwen is vandaag aan de orde gekomen! Ik blijf het elke keer zeggen als ik weer een groep heb mogen begeleiden: "De primaire taak van de kudde is het begrazen van dit gebied, maar de meerwaarde zoals hierboven beschreven is, is vele malen groter!"

Gemeentes, provincie, lees dit verhaal! Verlaat het bureau, loop eens mee en ervaar de meerwaarde van de schaapskudde in onze polder!

We kunnen het best, achter elkaar aan!

zondag 28 september 2014

Een groep bij de kudde

Wekelijks heb ik wel een groep bij de kudde, een groep van een basisschool, een bedrijf, een gezin, maar ook vaak een groep uit de psychiatrie.
Cliënten die ambulant geholpen worden: ze wonen thuis en krijgen van tijd tot tijd ondersteuning van bijvoorbeeld een sociaal psychiatrisch verpleegkundige, of chronisch psychiatrische cliënten: zij hebben ernstige psychiatrische problemen en verblijven in een instelling of een psychiatrisch ziekenhuis.

De laatst genoemde groep kwam deze week bij de kudde.
Sommige bezoekers zijn apathisch, willen amper een hand geven en willen eigenlijk alleen maar koffie, een sigaretje en rust in hun hoofd. Deze mensen zitten niet te wachten op een verhaal over begrazing, ecologische veranderingen in het landschap etc.
Nee, het enige wat hun aandacht kan trekken, is de hond! Daar begin ik dan ook snel mee. Het is fascinerend om te zien hoe de hond Kita kan en wil werken. Kita is de "eyecatcher" en als de deelnemers dit eenmaal een minuut of 20 gezien hebben, is het ijs gebroken. Dan worden er vragen gesteld.

De volgende stap is dat de bezoekers voorzichtig zelf gaan drijven (zonder hond!). Dat is een prachtig gezicht: de hond aan de kant en de deelnemers lopen over de drassige weilanden om de kudde in alle rust ergens naar toe te brengen. Hoe rustiger de deelnemers, hoe rustiger de schapen. Deze activiteiten vergroten het zelfvertrouwen van de bezoekers.
Zij krijgen een positieve ervaring in een natuurlijke omgeving, de blauwe lucht, de groene weilanden, de rust en de wind door de haren. Geen gehaast, geen stress... tenzij de kudde over een single track (smal paadje) gestuurd moet worden.

En soms doe ik dat met een groep. En dan moet je plotseling over een smal bruggetje van 80 cm breed, 300 schapen vinden dat eng en willen eigenlijk allemaal tegelijk er overheen. En ALS er dan een schaap van de brug af valt, hoe reageert de groep dan...? Dat moet wel fout gaan of....?
Hoe dat afloopt, schrijf ik ik een volgend verhaal!

Archieffoto: herder Ton met de kudde in 2012.


zondag 21 september 2014

Iedereen heeft zijn kwaliteiten

Van de week weer eens met de kudde gelopen zonder een groep. Ook wel weer eens lekker: alleen met de kudde en mijn hond Kita. En trouwens ook met de pup van Kita, Spyck (inmiddels 7 maanden oud). Echt een jonge hond: wil graag werken, met een goede drive en overenthousiast, zeker in het begin!

Om de schapen van de nachtwei te halen gebruik ik Kita. Ze werkt rustig en geeft veel minder “druk” dan de jonge Spyck. Eenmaal aangekomen in de te begrazen percelen laat ik Spyck los, om haar wat te trainen. Ze rent met volle passie om de kudde, linksom, rechtsom. Ze pakt het goed op, maar maakt natuurlijk nog veel fouten. Voor mij is het nu belangrijk om wel te corrigeren als het echt fout gaat, maar ik moet oppassen dat ik haar niet vergelijk met Kita. Spycky moet vooral enthousiast blijven om te willen werken, ze mag dus niet te veel op haar kop krijgen, want dat is dat niet goed voor haar zelfvertrouwen.

Maar… wat vinden de schapen en de evt. toeschouwers daar nu van? Wel… de schapen gaan liever met Kita op stap. Haar zijn ze gewend en ze is de rust zelve bij de kudde, dat voelen/weten de schapen. Géén stress en altijd tijd voor een hapje gras.

Spycky daarentegen zorgt voor een heel ander beeld: er is onrust in de kudde en alle schapen staan op een kluitje bij elkaar. Terwijl ik Spycky aan het trainen ben, zie ik dat ik al enige tijd gefilmd word door een oudere heer in een scootmobiel.

Niet wetende wat hij met die beelden gaat doen vind ik het, in het kader van de pr, toch beter om Spyck aan de kant vast te zetten en “voor het plaatje” verder te gaan met de ervaren Kita. Ik maak even kennis met meneer en leg kort uit dat Spyck nog eigenlijk een pup is die nog alles moet leren. “Maak ook even wat beelden van Kita, ik zal haar aan het werk zetten”. Alsof Kita het aanvoelt: uiterst geconcentreerd werkt ze precies en luistert subliem naar elk commando. Zonder het te laten merken ben ik toch wel trots op haar. 

Meneer blijft maar filmen en na 10 minuten leg ik Kita af, loop naar meneer toe en wil hem een hand geven. Hij pakt met beide handen mijn hand beet en zegt: “Geweldig, dank u wel, wat een prachtige dag!” Allebei hebben we een glimlach op ons gezicht en we nemen afscheid. Ik kijk hem na. Hij stuurt zijn scootmobiel behoedzaam langs 3 hoopjes schapenkeutels en rijdt vervolgens met gepaste snelheid kaasrecht over het smalle grindpad. Kijk… dat kan ik dan weer niet…


Lekker aan het werk: grazen.

dinsdag 16 september 2014

Een gevulde boezem

Elke week ontmoet ik passanten bij de kudde. De één zegt “Goedemorgen” en loopt door, de ander begint een heel verhaal.

Deze ochtend ontmoet ik een jonge moeder, joggingpak aan, het lange blonde haar losjes in een staart en naast haar een jonge aangelijnde hond (een zwarte). “Goedemorgen,” zeg ik, “lekker aan de wandel?” “Ja,” zegt ze, “de hond kan straks lekker los en het is hier zo heerlijk rustig.” We zeggen elkaar daarna gedag en een ieder gaat zijn weg.

Na 1,5 uur zie ik haar in de verte weer verschijnen en ze komt vrolijk naar mij toe met de hond, genaamd Victor, weer aangelijnd. Ze begint weer een praatje: “Victor was opeens met een muisje aan het spelen en dat vond ik zielig en toen heb ik het muisje maar opgepakt en meegenomen.” Ik kwam niet verder dan: “Ooh.” Ze ging verder: “Wil je het muisje zien?” “Ja hoor, leuk!” zei ik, maar voordat ik kon vragen waar dat muisje dan zat, opende ze haar sweater (een grijze).
Ze trok de rits helemaal naar beneden. Haar BH was nu goed zichtbaar (een rode). Ze trok haar BH (nogmaals... een rode)  schuin naar beneden en ja hoor, daar zat een klein veldmuisje (een bruine) piepend tegen haar welgevormde borst (een witte).


Ik ben niet verlegen en weet meestal snel een antwoord te geven, maar nu moest ik toch even naar woorden zoeken.  “Ehhh, leuk,” zei ik, “het muisje heeft het wel lekker warm zo.” Ze sloot haar BH (juist.. die rode), trok de rits van de sweater weer omhoog en zei: “Ja dat is wel lekker warm voor het beestje, nou, doei, ik ga weer!” en ze stapte met haar aangelijnde hondje (een zwarte) naar haar auto (een groene).

Ik keek haar na en dacht aan… het muisje. Tja, een bruin muisje lekker warm tegen een witte borst.
’s Avonds thuisgekomen vroeg mijn vrouw mij: “En , hoe was het vandaag?”  “Leuk, het was een héél kleurrijke dag.”
En ik dacht aan het muisje, het was een witte... o nee, het was een bruine…..

woensdag 16 juli 2014

Stress in de polder

In mijn vorige verhaal gaf ik al aan dat het werkwoord “kuieren” een echt herderswoord is. Wij herders kuieren wat af. Beetje om je heen kijken, stukje wandelen, hier en daar een praatje, alles lekker relaxed. Het is iets anders dan je vervelen, want bij kuieren ben je altijd wel bezig: je observeert de border collie of een lam dat mank loopt, je kijkt naar de buizerd of het valkje dat aan het bidden is, je volgt een wegschietende haas en gaat daarna opzoek naar zijn leger. In de verte probeert een mevrouw haar loslopende hond haastig vast te lijnen als ze de kudde ziet.
Er is altijd wat te beleven in de polder.

Nu terug naar de titel van het verhaal. Aan het einde van een mooie kuiermiddag loop ik met de kudde terug richting de boerderij. Ik heb bezoek bij de kudde en ik besluit om samen hen het laatste stukje over de Woudweg te lopen.
Vlak voor de verlengde A4 wordt de Woudweg gekruist door een fietspad, gemarkeerd door twee roodwitte paaltjes. Daar aangekomen sla ik met de hamel (de leider van de kudde) linksaf en ik zie een bestelbusje de kudde naderen. De bestuurder (laten we hem “meneer S” noemen) remt af, stopt en bekijkt de kudde, een mooi moment om even te onthaasten.
Inmiddels zijn de eerste 50 schapen de hamel gevolgd en lopen alweer op het fietspad, de rest, zo'n kleine 350 schapen, volgt gemoedelijk.


Plotseling geeft meneer S een dot gas. Ik kijk over mijn schouder en zie dat de bestelbus naar links uitwijkt. Hij omzeilt de kudde en vliegt het fietspad op! 400 schapen en een blind paard hebben gezien dat daar in het midden op het fietspad een roodwitte paal staat...

Maar meneer S (juist: de S van Stress...) zag blijkbaar deze paal over het hoofd en vliegt er tegen aan. Hij beseft op dat moment dat er blijkbaar iets fout gaat en zet de bus in zijn achteruit, schiet naar achter en in plaats van beduusd uit zijn auto te komen, geeft meneer S weer gas en scheurt nog een keer naar voren nu óver de roodwitte paal heen. Of er een bom ontploft! Met een rotklap staat de bestelbus stil... De roodwitte paal zit vast aan de onderkant van het chassis.

Inmiddels is mijn kudde bijna in zijn geheel op het fietspad, ik loop terug naar de weg om daar mijn hond Kita af te leggen. Daardoor krijg ik even de tijd om bij de bestuurder te informeren wat er nu aan de hand is.
Terwijl er verschillende voorbijgangers helpen om de wagen los te krijgen, zit meneer S zit nog steeds achter het stuur met het raampje open. Beleefd maar wel verontwaardigd vraag ik hem: “Waarom schiet je nu het fietspad op, je kan toch even wachten?”
Een vreemd antwoord volgt stotterend: “Ehhhh, mijn TomTom zei dat ik ehhh,  linksaf moest…”  Ik doe nog een kleine poging met de opmerking: “Maar dat kan niet want linksaf is een fietspad,” maar mijn kudde loopt gestaag door.

Ik ga weer op pad en enkele omstanders schudden hun hoofd. “Wat een stresskip,” hoor ik ze zeggen. Ik wil ze uitleggen dat meneer S eens zou moeten gaan “kuieren” maar dat kan niet, want ik moet opschieten (!), mijn kudde loopt al 300 meter verderop, zonder hond!
Met “anti-kuierpassen” haast ik mij naar voren…

Wat een stress in de polder…


donderdag 10 juli 2014

Haast in de polder

De allereerste keer dat ik met de kudde in de Zouteveensepolder liep, kan ik me nog goed herinneren.
Het was begin november 2010. Ik kreeg van de beheerder de opdracht om vanaf de boerderij naar Holy te lopen (ongeveer 2,5 km). De beheerder wenste mij succes en ik ging op pad. Nog nooit had ik met 400 schapen over de openbare weg gelopen, het zweet stond op mijn rug.

Met flinke stappen zette ik koers richting Holy. Ik spoorde mijn hond Kita telkens aan. En met mijn stok porde ik af en toe een achterblijvend schaap om toch vooral maar haast te maken om bij de voortgaande kudde te blijven. Ik liep zelf ook van links naar rechts achter de kudde om maar vooral tempo te houden met de kudde. Al snel stak ik de Breeweg over.

“Voort, voort, voort,” dacht ik, want ik wilde de beheerder niet teleurstellen. “Ik zal hem eens even laten zien hoe wij, Westlanders, dat aanpakken.” Ja, ik ben een Westlander en Westlanders weten van aanpakken. Je moet van A naar B en dat doe je dan zo efficiënt mogelijk en niet te zeuren… maar opschieten!
Na een uur was ik bijna bij Holy, Kita liep met zijn tong uit z’n bek en de schapen vertoonden hetzelfde gedrag. Dus ik kon tevreden zijn!

Plotseling verscheen met een noodvaart een pick-up. Met piepende remmen kwam dit mobiel tot stilstaand, het portier werd opengegooid, de motor bleef draaien en er stapte een man uit, het was… de beheerder! Armzwaaiend kwam hij op mij afgelopen, het rood stond tot in zijn nek en hij vroeg met luide stem: “WAT BEN JIJ AAN HET DOEN???”
Beteuterd antwoordde ik: “Ik moest toch naar Holy lopen met de kudde?”
De beheerder zag mijn schrik, temperde zijn stemvolume en zei: “Ja maar beste jongen... je bent veel te snel, daar moet je een paar uur over doen, de schapen hebben amper tijd om te eten, ze zijn bekaf."

Op dat moment legde hij mij een nieuw werkwoord uit: “KUIEREN”. Dat is zoiets als je ergens naar toe moet, maar dan moet je dat héél langzaam en rustig doen. Wij Westlanders kennen dat niet, maar ik had mij voorgenomen als beginnend herder om alles te willen leren.
Wel dat “KUIEREN” heb ik mijzelf wel aan moeten leren. Nu ben ik inmiddels bijna 4 jaar verder en ik kuier wat af met de kudde en ik moet zeggen, het is even wennen, maar het bevalt me nu best.

“KUIEREN” is het tegenovergestelde van “zich haasten”of “haast hebben”.
We hebben altijd haast, we moeten dit en we moeten dat… ik hoor nooit iemand zeggen: “Ik ga vanmiddag kuieren” en toch zouden we dat af en toe eens moeten doen, gewoon: “KUIEREN”.
Vanmiddag kuierde ik met de kudde over de Woudweg, er kwam een bestelbus aan en hij zag dat ik “kuierde” en hij had “haast”.
Dat gaat niet goed samen, hoe dat afliep, schrijf ik in het volgende blog.

De kudde op het viaduct over de A4 op de Woudweg.