Posts tonen met het label mijmeren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mijmeren. Alle posts tonen

zondag 2 oktober 2016

Kantoor in de polder

Kantoor
Het begrip "kantoor" is bij een ieder bekend. Het is een werkplek. De mensen die op "kantoor" werken, werken altijd binnen en meestal hebben zij een eigen plek (heb ik niet zo veel mee).

Flexplek
Een nieuwe variant hierop is het "kantoor met flexplekken". Dat is een kantoor met alleen maar lege bureaus, netjes, zonder rommel en papieren, maar... geen eigen sfeertje, geen fotolijstjes, alles clean...
Meneer of mevrouw komt aan om 8.05 uur met bak koffie en legt laptop op bureau, plugt in en hup... werken maar.
Klaar? Uitpluggen, laptop meenemen en natuurlijk: lege koffiebeker mag niet op bureau, dus ook meenemen. Schoon, leeg bureau kan gebruikt worden door de volgende (parttime?) werknemer.
Het zal best prettig werken zijn...? (heb ik he-le-maal niets mee)

Flexkantoor

Het komt ook voor dat werknemers of ZZP-ers maar voor een bepaalde tijd een kantoorplek nodig hebben. Dan is een kantoor te huur per uur of bijvoorbeeld voor een dag (vind ik aardig, want even een dagje op kantoor en de andere dagen lekker naar buiten).

Maar het mooiste is toch....

Kantoor aan huis
Een ander kantoor spreekt mij meer aan en dat is het "kantoor aan huis". Gewoon lekker 's ochtends met je joggingbroek aan met een bak thee of koffie achter je laptop, muziekje op de achtergrond, tussendoor geef je je vrouw een knuffel of je geeft die kleine een schone luier. Lekker in huiselijke
sferen je werk doen. Dit heeft ook nadelen. Vrouw lief heeft een sociale meeting op de tennisbaan dus... Omdat je dan toch thuis bent kan je ook wel eventjes de planten water geven, de vaatwasser leegruimen en een wasje op 40 graden draaien... (vind ik aardig, maar... tja, dat wasje hé...).

De reactie hierop is het "Buitenkantoor"
Dat is de blokhut achter in de tuin. De tuinmeubelen, de fietsen en de glijbaan gaan onder het afdakje of naar de stort en de blokhut wordt ingericht als kantoor met... met een bureau, stoel en een computer. Op het bureau een stapel belangrijke papieren, een blocknoot, een balpen én... een fotolijstje met een foto van het gezin, kleinkinderen of... misschien de geliefde gezinshond (vind ik tot nu toe het beste "kantoor", maar... er is nog een beter kantoor!.. snel...lees verder!).

Wat heeft dit alles nu met de schaapskudde te maken?
Wel, sinds enige tijd heb ik ook een kantoor. Ja de eerste jaren liep ik als herder alleen maar met de kudde. Ik hoefde mij nergens druk om te maken. Ik hoefde nergens over te denken of mee te denken. Het enige dat ik had was mijn hondje en de kudde schapen. Daar had ik mijn handen vol aan.
Maar de laatste jaren word ik meer betrokken bij het wel en wee van de kudde.
Prangende vragen moeten beantwoord worden...
- wat is (of zijn) de taak(en) van de kudde?
- hoe krijgen we de stedelingen de polder in?
- wat kan de kudde betekenen voor specifieke doelgroepen (autistische kinderen, psychiatrische patiënten, gezinnen, families, zieke mensen...)?
- presentatie avondlezingen voor diverse clubs, hoe groot is de pr-functie?
- Billy... wat doen we met Billy?

Dit laatste is een item waar ik de laatste dagen veel over nadenk op mijn
werkplek.

Even een korte toelichting:
Billy is een markant schaap, groot, stevig... eigenlijk te stevig (heeft obesitas, haar naam is Billy Turf, logisch toch?) leuk om haar er bij te hebben, ze is het enige schaap (Hampshire down schaap) dat geen staart heeft, heeft dikke poten, maar kan het tempo van de kudde niet aan.

Billy, foto: Jeannemieke Hectors
Ik heb het maanden geprobeerd met Billy, maar het lukt niet, het is te zwaar voor haar. Wat nu?
Zegt u het maar:
- opruimen: m.a.w. verkopen aan een handelaar, geld pakken voor in de schapenpot, zodat in de winter de dierenarts betaald kan worden (of het voer of de voerbakken of de kraamkamertjes etc... ja beste bloglezers, de schaapskudde kost klauwen met geld).
- het tempo van de hele kudde drastisch verlagen, veel minder kilometers lopen, zodat Billy er toch bij kan blijven (maar ja, dan kan ik nooit meer de verre plekken begrazen...).
- Billy op een apart landje naast de boerderij zetten, zodat ze toch een aardige oude dag beleeft.
- Billy op trainingskamp zetten. Discipline, streng dieet, dagelijkse bootcamptrainingen (mijn dochter Jessica geeft bootcamptrainingen aan een meidengroep, misschien kan ze Billy meenemen... Billy is dan wel een jongensnaam, maar ze is wel een meisje, een ooi, dus Jessica...?).

Allerlei vraagstukken dus waar ik goed over na moeten denken. Dat kan niet als ik aan het lopen ben met de kudde, dan moet ik uiterst alert zijn:
- heb ik alle lammetjes?
- zie ik in de verte een loslopende hond?
- opa met kleinkind wil een selfie maken... "of ik effe z'n fiets vast wil houden?"
- wielrenners die dwars door de kudde willen fietsen.
- een appende tiener op een scooter met doppies in d'r oren.
- een geflipte boer, rent over de weilanden, loopt door sloten met z'n telefoon in zijn hand op zoek naar Pokémons...

Het herder zijn vraagt veel. Eén onoplettendheid kan al dodelijk zijn. En toch moet ik nadenken...
De oplossing is het...

Polderkantoor
Ik moet de kudde ergens parkeren en dan moet ik een eigen plek hebben om na te denken! Sinds kort heb ik eindelijk een kantoor in de polder. Ik heb er lang om moeten vragen, maar het bestuur van Vockestaert is om. Nou ja... om? Ik moet wel voor de eigen inventaris zorgen. Het is een heel gesjouw, want ik neem dan alle spullen van het kantoor steeds mee als ik op stap ga. Het is dus eigenlijk een mobiel polderkantoor. Dat heeft grote voordelen, want ik zet mijn kantoor ergens op een plek waar ik niet gestoord kan worden, meestal ergens in een rietkant van een poldersloot, meer dan 100 m weg van een fiets of wandelpad.

Mijn jas vormt de vloerbedekking. De herdersstaf wordt tijdelijk kapstok. En de rugtas zorgt voor ondersteuning. Ja... Ondersteuning van het hoofd! Want dat moet ik er wel bij zeggen, ik neem wel een speciale werkhouding aan.
Ik laat mij inspireren door de lucht, met name de vormen van de wolken. Ik parkeer de kudde op een weiland met een smalle toegang, zodat hond Kita de kudde gemakkelijk onder controle heeft.

Ik begeef mij op de vloerbedekking (jas) en mijn hoofd vlei ik tegen de rugtas en ik denk... ik denk... ik denk... "Wat zal ik met Billy doen?"

Wat vindt u?
Uw reactie is welkom op info@lexthoen.nl 

Polderkantoor

zondag 12 juni 2016

Gay pride in de polder?

Het is een heerlijke dag in de polder. De zon staat hoog aan de hemel en het is warm. Ik loop op sandalen. Ik heb mijn herdershoed op. Ik heb een hekel aan een zonnebril. Als ik hem op heb dan ben ik hem binnen een week kwijt of ik laat weer eens ergens liggen. Nee, die hoed is een goed alternatief. En… ik vind het prettig als ik een gesprek met iemand aan ga dat ik hem of haar recht in de ogen aan kan kijken en andersom dus ook. Dus voor deze herder… geen zonnebril.

Ik heb ook een korte broek aan, lekker luchtig... na afloop altijd even controleren of er geen teken op bezoek zijn gekomen. Een korte broek met deze temperaturen “werkt” prettig. En verder? Tjaaa… ik heb ook mijn lange waxcoat-jas aan. Beetje tegenstrijdig met dit weer… maar dat is nu eenmaal zo. Vijf jaar geleden begonnen als herder. Herkenbaarheid als herder vond en vind ik belangrijk. Dan kan ik natuurlijk zo’n reflectorhesje met de naam Vockestaert erop aantrekken, maar ik heb toch een andere keuze gemaakt. Bevalt me prima, ik hoeft nooit uit te leggen wie of wat ik ben. Daar in de polder loopt niet de politieagent, niet de verpleegkundige of brandweerman, nee daar loopt gewoon… de herder.

Maar nu vandaag, ik twijfel een beetje: lange jas, korte broek. Misschien zet ik de bezoekers in de polder wel op het verkeerde been?
Snel verwerp ik die gedachte. Ik ga met dit weer geen lange broek aantrekken omdat er heel misschien één wandelaar vindt dat dit niet zo hoort.
Ik ben trouwens vandaag ook “op het verkeerde been gezet”. Onderstaande foto heeft mij vandaag “getriggerd”.


“Holy schapenkeutels,” denk ik. “Dat vind ik nu eens een gave actie van de boeren uit Midden-Delfland.” Afgelopen week kwam het dorp Schipluiden negatief in het nieuws. Het nieuws haalde de landelijke kranten en zelf op de tv werd er aandacht aan besteed.
De TU-student Bram Tielen is weggepest uit een studentenhuis in Schipluiden om zijn homoseksuele geaardheid.
Verontwaardigde boeren hebben direct actie ondernomen. Het gemaaide gras wordt in deze tijd altijd ingepakt in zwarte grote balen. Voer voor de winter. I.p.v. zwart plastic hebben ze nu gekozen voor roze plastic.

“Mooie actie” denk ik….” Of zou het een andere actie kunnen zijn?” Ik laat mijn gedachten de vrije loop... Ja maar natuurlijk... dat is het!

Midden-Delfland wil “de stad naar de polder” brengen. Gaaf zeg! Dit wordt de nieuwe Gay Pride, niet in Amsterdam, maar in Midden-Delfland.
Dat met die bootjes door de grachten, tja dat kennen we nu wel. Nee het wordt tijd voor iets anders, iets nieuws! Wat een pr-stunt van de gemeente Midden-Delfland!

Ik zie het al helemaal voor mij: tientallen trekkers met boerenkarren met daarop hossende homo’s en lesbo’s. De boeren, gehuld in roze kiel, rijden hun trekkers zigzaggend om de roze strobalen, hobbelend over de weilanden.
De stoet eindigt bij het gemeentehuis in Schipluiden en heel Nederland, nee……. heel de wereld…. zal zien dat niet enkel de stad Amsterdam maar ook het boerenland zich sterk maakt voor de acceptatie van anders-geaarden.

Bij het gemeentehuis zijn grote tribunes gebouwd. Op de Viptribune zie ik mensen die veel betekenen voor Midden-Delfland. Voorzitter van de Midden-Delfland Vereniging Koos Karssen, Marja van Bijsterveldt, bestuurslid van Vockestaert en toekomstig burgemeester van Delft, van Aertsen en Aboutaleb, respectievelijk burgemeester van Den Haag en Rotterdam, zitten gemoedelijk naast elkaar met een programmaboekje in hun handen. Beide maken zich sterk voor “de groene long” tussen beide steden en ondersteunen ook dit nieuwe initiatief van de boeren. En op de eerste trekker zit voorop de motorkap een jongen te zwaaien... juist ja... het is Bram Tielen, hem wacht een warm onthaal, alsof heel Schipluiden wil zeggen: “Sorry Bram, dit had nooit mogen in het studentenhuis… welkom in Schipluiden!”

De rest van de dag loop ik heerlijk kuierend door de polder met mijn kudde, maar de roze strobalen blijven spoken in mijn hoofd.

De dag nadert zijn einde, ik zet de kudde in de nachtwei en zie plotseling beheerder Aad komen aansjezen met zijn pick-up. Hij stapt uit en begint, zonder dat ik er naar vraag, een enthousiast betoog over de roze strobalen.
Aad: “ Is voor het goede doel, we ondersteunen hiermee Pink Ribbon, een stichting die zich sterk maakt voor mensen met borstkanker, onderzoek naar behandeling, nazorg etc. Jij kent veel mensen, dus zegt het voort en verkoop effe die roze balen…. Ze kosten 25,- euro per baal, grote joekels, maar ja dan heb je ook wat…. De mazzel, Lex, want ik moet weg, heb nog overleg met de boeren…..”
“Oké Aad, ga ik doen, goede zaak, je hoort van me…..”
Hoe breng ik die grote...? Maar weg is Aad. Ik stap mijn busje in, op weg naar huis! En weer denk ik aan die roze strobalen…. Oké, geen Gay Pride in de polder… maar wel een goede actie van de boeren om zich in te zetten voor Pink Ribbon.

Ik besluit om daadwerkelijk die roze dingen te gaan verkopen. Gelukkig krijg ik de luisteraars op mijn hand, ik heb er inmiddels 8 verkocht! Maar… ik loop tegen een logistieke hobbel aan.
Op een verjaardag kom ik in gesprek met vriend Henk. Henk wordt enthousiast van mijn verhaal en besluit om ook één baal van 25,- euro te kopen.

Maar ….
Henk woont aan de Parklaan in Den Haag…
3 hoog…
zonder lift….
En Henk heeft enkel twee goudvissen….

Toch nog maar even met beheerder Aad overleggen of er misschien “een kleiner alternatiefje” bedacht kan worden...

Misschien… een klein roze schapenoormerkje??

zondag 5 juni 2016

Kleine dingetjes

Het is een gewone dag, een dinsdag, mijn vaste dag bij de kudde. Dit keer geen groep, geen bezoekers, gewoon even lekker alleen met de kudde. We zien wel wat de dag brengt, er gebeurt altijd wel iets...
En ach, als er niets gebeurt, dan is is het ook goed. Ik loop met de kudde en mijn hond, meer heb ik die dag eigenlijk niet nodig. En... je leert ook hier in de natuur te genieten van de kleine gewone dingen.

Ik loop over de Woudweg richting de A4. Ter hoogte van boer Rodenburg wil ik linksaf slaan het wandelpad op. Ik leg mijn hond via een fluitsignaal voor de kudde op de Woudweg. Ik zie haar niet, ik loop namelijk achter de kudde om te kijken of alle lammetjes wel mee komen. De kleine donders hebben wel eens de neiging om in het water te vallen als ze van die gekke sprongetjes maken.

Aan de lichaamstaal van de schapen zie ik dat de hond inderdaad ergens voor de kudde op de weg ligt. De schapen stoppen, want ze willen niet naar de hond (wolf). Maar de druk van de kudde van achteren op de voorste schapen is groot. De voorste schapen worden min of meer gedwongen om verder te lopen... Naar voren gaat niet... Dan maar naar links denken de schapen, want daar is geen hond/wolf/blokkade...

Ik zie de 300 schapen, elkaar volgend, naar links gaan, het wandelpad op. Precies wat ik wilde. Als laatste verlaat ik de Woudweg en ik sla ook naar links en ik zie de hele kudde voor mij en dan? Het zijn de kleine gewone dingetjes die een dag mooi kunnen maken, die mij gelukkig maken.

Gewoon... Ik zie een jonge moeder met kinderwagen op het wandelpad.
Ze is overvallen door de kudde en is omringd door schapen. Ze staat stil, logisch want ze kan geen kant op. Ik zie dat ze foto's of een filmpje maakt van de wandelwagen en de schapen. Ik pak op mijn beurt ook mijn telefoon en maakt een foto van de jonge moeder met wandelwagen.
Daarna maak ik een kort filmpje, het enige geluid wat ik hoor is het mekkeren van de schapen. Ik volg langzaam de kudde en komt bij de jonge lachende moeder, ik groet haar en kijk even in de wandelwagen een babytje van 3 maanden, en ik zie een glimlach op zijn of haar snuitje... De schapengeluiden zorgen voor een rustgevend tafereel. Moeder glimlacht... babytje glimlacht en de herder... glimlacht....

Het zijn de kleine gewone dingetjes in het dagelijkse leven die een dag toch bijzonder kunnen maken.
Ik vervolg mijn weg en na verloop van tijd nemen we een pauze op een rustige verlaten plek. Ik klap mijn rugtas uit (is ook een krukje) en neem mijn rust. De schapen nemen de tijd om te herkauwen, de lammetjes doen een tukkie en ik? Ik mijmer... Ik zie de jonge moeder weer voor mij...
De glimlach...
Moeder... mijn gedachten gaan naar mijn Moeder...
Ook altijd een glimlach, onbewust kijk ik naar mijn handen... en ik denk aan het laatste uur dat mijn handen haar handen vasthielden...

Moeder,
Wat hebben jouw handen voor ons betekend?
Jouw handen hebben ons - gedragen
Jouw handen hebben ons - gevoed
Jouw handen hebben ons - gewassen
Jouw handen hebben ons - gekleed
Jouw handen hebben ons - beschermd
Jouw handen hebben ons - getroost
Jouw handen hebben ons - gestuurd
Jouw handen hebben ons …….losgelaten
Jouw handen hebben ook onze kinderen weer gedragen, gevoed, gewassen, gekleed, beschermd, getroost, gestuurd en ……. losgelaten.

Bij jouw laatste adem hielden jouw handen de handen vast van jouw twee jongens, jouw tweeling.
Nu, na zoveel jaar denk ik nog steeds aan haar, hier bij de schapen, ze zou het ook mooi gevonden hebben... mijn nieuw leven bij de schapen.

Gewoon... buiten zijn, de rust, de natuur van Midden-Delfland en... Genieten van de gewone kleine dingetjes die een dag bijzonder maken. Vandaag was ik gewoon buiten, er gebeurde eigenlijk niets...
Maar...
Gewoon-buiten...
Is... Buitengewoon!


zaterdag 21 mei 2016

Ik stop als herder, als…

Het is de koudste Pinksteren sinds 80 jaar. Ik ga op pad met de kudde om 8.00 uur, het is amper 7 graden. Het zal een rustige zondag worden, denk ik; met deze kou zullen de mensen wel naar IKEA gaan en de polder mijden.
Rond 9.30 uur doe ik mijn eerste bakkie bij de schapen. Ik zie enkele mountainbikers voorbij flitsen en verder is het stil in de polder. Ik zit op mijn krukkie met een “bakkie” en ik mijmer. Mijmeren, dat heb ik moeten leren… “Vroeger” moest alles sneller… Er was een probleem… snel over nadenken… beslissing nemen… en hup door... volgende zaak…

Mijmeren
Lang nadenken... een beetje dagdromen… mijn gedachten de vrije loop laten… overwegen…
Ik heb de hele dag de tijd, ben alleen, dus wat maakt het uit hoelang ik er over doe. Meestal doe ik dat in stilte, maar soms mijmer ik hardop, ik vertel dan mijn honden Spyk en Kita wat mijn overwegingen op dat moment zijn.
Ik tuur over het water van de Zweth en praat zachtjes tegen de honden: “Is dit nu een brede sloot of een smalle vaart? Wanneer spreekt men nu van “sloot” en wanneer van “vaart”? En wanneer is het nu een rivier?”
Kita kijkt mij aan en haar ogen zeggen mij: “Lekker boeiend, baas” en Spyk heeft al he-le-maal niets met dit geneuzel en is al driftig aan het graven op zoek naar een mol of muis.

Slootjes
“Als ze het er nu gewoon bij zetten, dan is het makkelijk,” denk ik. “Wij hebben in het Westland de Wennetjessloot, dat is makkelijk dan weet je direct, dat het een sloot is. Neem nu de Bonkevaart, iedereen weet dat de Bonke een vaart is… in Friesland…
De Bonkevaart! Misschien wel de bekendste vaart van Nederland. Aan het eind van deze vaart is de finish van de …ELFSTEDENTOCHT!
Holy schapenkeutels... de Bonkevaart, wat een naam! Wat een herinnering!

Elfstedentocht
Mijn gedachten gaan terug naar 1986, naar 26 februari. Dertig jaar geleden! De dag van de veertiende Elfstedentocht. Ik weet het nog als de dag van gisteren. De hele dag zat ik voor de televisie. De ELFSTEDENTOCHT… de Tocht der Tochten.
Om 4.30 uur was ik er uit en zat ik al voor de televisie. De wedstrijdrijders staan achter grote stalen hekken, het is een kooi, ze willen eruit, maar… ze moeten wachten tot 5 uur, je ziet de spanning, je hoort de spanning en je proeft bijna de spanning van deze sportmensen… en dan is het zover!
Het startschot, de hekken gaan open en ze rennen, ze rennen, ze rennen met hun schaatsen in hun handen naar de oever.
Trekken daar op een bankje hun schaatsen aan, hun schoenen achterlatend, maken ze de eerste bewegingen op het ijs, zwaaien haastig nog even naar het publiek en… verdwijnen in het donker.

Bijna 15.000 schaatsers hebben een kruisje behaald. Allemaal Kanjers, maar de meesten zijn nu verdwenen in de vergetelheid. Ja, we hebben het nog wel eens over een zekere W.A. van Buren, hij heeft de Tocht volbracht, werd nog opgewacht door zijn moeder.
De Media heeft er veel aandacht aanbesteed. En moeder Bea was trots op haar zoon. Ik snap dat wel… mijn moeder kwam ook wel eens kijken als ik een marathon liep. Maar voor mij hoeft al die aandacht niet perse. Van Buren is een kanjer, hij heeft hem uitgereden, maar is niet meer of minder dan de andere 15.000 kanjers die ook een kruisje behaald hebben.

Winnaars
Er steken er maar twee boven uit en dat zijn:
Evert van Benthem, voor de tweede keer werd hij de winnaar van de Elfstedentocht. Hij was de snelste in een prachtige tijd van 6.55 uur. Niet veel later kwam de eerste vrouw over de finish op de Bonkevaart.
En Tineke Dijkshoorn. Tineke was de eerste, de snelste vrouw van de 862 gestarte vrouwen. En… Tineke kwam uit onze streek, ze woont nog steeds in Schipluiden. Ik vond het ge-wel-dig! Ik besloot dat als ik deze twee winnaars tegen zou komen dat ik dan om een handtekening zou vragen. Op zich is dat voor mij vreemd, want ik heb nog nooit aan iemand een handtekening gevraagd.

Enfin, het is er nooit van gekomen, we zijn nu 30 jaar verder… Evert is gaan boeren in Canada en Tineke woont in Schipluiden. Ik rijd elke week als ik naar de schapen ga door Schipluiden, maar ben haar nog nooit tegengekomen. Na 30 min “mijmeren” zijn zowel de honden, als de schapen het zat en ik zie dat ze op pad gaan. Ik klap mijn krukkie in, pak mijn herdersstaf en kuier achter de kudde aan.

Pinksteren
De koude eerste Pinksterdag verloopt als elke koude dag... weinig tot geen gesprekken… Stilte…Natuur… Het samen zijn met mijn honden, kortom… Genieten! En aan het einde van de dag zet ik de schapen achter de netten op de nachtwei.
Pinksteren… Een Christelijk feest. Men viert de dag waarop de Heilige Geest verscheen aan de achtergebleven apostelen…

Op het moment dat ik de schapen op de nachtwei zet zie ik aan de overkant van het water twee dames die foto’s nemen van de kudde. Dat gebeurt vaak en ik schenk er geen aandacht aan. Ik controleer nogmaals de netten en sta op het punt om met mijn honden naar mijn auto te lopen. De dames zijn inmiddels “omgelopen” en komen nog even bij mij om een praatje te maken. De dames zijn, schat ik, begin in de zestig.

Ontmoeting
Mevrouw 1: “Wat een prachtig plaatje, de kudde zo op het weiland.”
Ik: “Ja, mevrouw, het blijft bijzonder, zo’n grote kudde, hier in Midden-Delfland.”
Mevrouw 2: “Ja herder, ik moet je nog steeds een keer bellen, want mijn dochter vertelde mij vorig jaar dat ik een keer mee mocht lopen met de kudde…”
Ik: “Help mij even, want ik doe veel toezeggingen.”
Mevrouw 2: “Vorig jaar heb je een kinderpartijtje voor mijn dochter en kleinkind georganiseerd en toen heb je tegen mijn dochter gezegd, dat ik een keer mee mag lopen, want dat is al jaren een grote wens van mij… ik ben Tineke Dijkshoorn.”
Ik: “Uit Schipluiden??”
Mevrouw 2: “Ja, dat klopt”

“Holy schapenkeutels,” denk ik, “Niet de heilige geest is neergedaald in Midden Delfland, maar, maar…. Tineke Dijkshoorn, de winnares van de Elfstedentocht van 1986!
Het is 30 jaar geleden en nu, nu verschijnt zij voor mijn aangezicht!”

Even overweeg ik om acuut een handtekening te vragen maar ik antwoord enkel: “Dat is prima joh, bel mij effe de komende weken en dan maken we vóór de zomer een afspraak.”
We nemen afscheid en ik kijk de dames na.
30 jaar!! wat een tijd…

Later
Ik kijk Kita aan en zeg tegen haar: “Nou Evert nog!”
Kita schudt moe haar kop en zegt wijselijk niets…
Ik mijmer verder…
Evert boert in Canada... maar komt zeker als hij klaar is weer terug naar Nederland, denk ik…
Ik heb 30 jaar gewacht op Tineke, kan best nog wel 30 jaar wachten op Evert… dan ben ik… ehhh... 92… dat is dan toch wel een mooie leeftijd om te stoppen als herder...

Ik kijk er naar uit...
Alle twee op een krukkie met een “bakkie”, kijkend over de Zweth.
Evert pratend over zijn koeien...
En ik pratend over mijn schapen...

Ja, ik ben eruit!
Ik stop als herder, als… ik 92 ben.
Jammer dat Spyk en Kita dat waarschijnlijk niet mee zullen maken.

Kita en een hele jonge Spyk, foto: Jeannemieke Hectors


zondag 11 oktober 2015

De weide wereld in!

Mèèèèèhhh (hallo),

Ik zal mij even voorstellen, want herder is te druk bezig met Dé Ram en daarom schrijf ik maar even een verhaaltje. Ik ben schaap nummer 2416 (staat ook in mijn oorbel). Ik ben 2 jaar oud en ik ben een ooi (vrouwtjesschaap).
En ja… Ik heb het vorige blogverhaal gelezen…
En ja... Ik heb kennis gemaakt met meneer Dé Ram…

Nou, voor mij is het eigenlijk geen meneer... het is gewoon een Eikel, die dekram.
Hij kwam vorige week “kennis” maken en maar mooie verhalen vertellen tegen mij. “Mevrouw 2416, wat heeft u een mooie wollen jas aan en wat ruikt u lekker.”

En zo ging het een paar minuten door, het ene compliment na het andere. Hij beloofde mij “koeien met gouden horens.” Ik was zijn liefde voor het leven, hij beloofde mij eeuwige trouw etc. Al vrij snel kwam hij met zijn kleurpotlood achter mij staan: “Kijk eens wat ik van boer Aad heb meegekregen?” en ging mekkerend over tot de liefdesdaad (ja jeugdige lezer, dat gaat nu eenmaal zo in de natuur). Nou gaat het mij eigenlijk niet eens om de sex. Nee, het is veel meer dat mijn moederinstinct de laatste tijd een grote rol speelt in mijn leven. Ik wil echt een kind (ehhh, lammetje) en ja, als dan Don Juan langs komt, dan ga je mee met de mooie praatjes van “meneer”.

Nou het was gewoon een ordinaire “one night stand”, want binnen één uur was hij al in gesprek met schaap 1958 en ik hoorde weer dezelfde praatjes van meneer.

Nou vind ik schaap 1958 zo’n takkentrol en het is een slet want ze heeft al een andere kleur op haar rug én… ze weet donders goed dat ik en de dekram al een min of meer goede relatie hebben, want ik zag dat ze ons een uur geleden samen gezien heeft.
Maar even tussen ons, schaap 1958 ziet er trouwens niet uit, lelijke korte staart, ze verzorgt zichzelf slecht. Als je goed kijkt, zitten de keutels nog in haar staart en dan die jas die ze aan heeft!! Er is geen herder die dat wil scheren.

Nu ik er zo over nadenk, heb ik het eigenlijk helemaal niet meer naar mijn zin in de kudde. Ik loop de hele dag achter andere schapenkonten aan. De herder noemt dat “kuddegedrag”, maar als ik eens even lekker op mijzelf ergens anders wat gras wil eten, dat komt dat vervelende kleine hondje weer met een noodvaart op mij afrennen en schrik ik mij dan de tandjes.
Nu zie ik het wel vaak aankomen, want meestal geeft de herder een stom fluitsignaal en dan begint dat pokke hondje te rennen, joh. Slaat nergens op, want we blijven toch altijd bij elkaar, de herder zegt het altijd zelf: “kuddegedrag” maar nee hoor, toch maar blijven blazen op dat stomme fluitje van hem.

Elke dag is het hetzelfde: stukje lopen, gras eten, herkauwen, en dan begint het weer opnieuw, lopen achter de schapenkonten aan. Wim Hermans? (och, hoe heet die man ook al weer?) heeft er heel vroeger een liedje over geschreven: “En maar kijken naar de kont van het … schaap” of zoiets…

Eigenlijk zou ik wel iets heel anders willen, ik ben het zat hier. Gewoon, helemaal weg van de kudde. Alleen op stap, naar Schotland of naar New Zeeland, daar zijn ontzettend veel schapen en mooie uitgestrekte weilanden met heuvels. Ik wil eruit, ik wil de wijde wereld in. Maar ja, het is het instinct in mij, dat mij telkens tegenhoudt. Het “kuddegedrag”: van nature loop ik mijn hele leven achter een ander schaap aan, dat is veilig.

Maar nu? Nu ik bedrogen ben? En dan nog wel met die trut 1958, hoe durft ie!

Ik ga de stap zetten!!!
Ik ga er nu van door!

Uuuhhh nu? Nou… uuuhhh, vandaag blijf ik nog eventjes bij de kudde (is toch lekker veilig) maar morgen, ja morgen ga ik die stap zetten, of anders… overmorgen…

Ja, ik ga de weide wereld in…
Ja, dat ga ik doen!

Toch???

foto: Jeannemieke Hectors

donderdag 15 januari 2015

Je suis Charlie

Ik heb lang getwijfeld of ik dit wel zou moeten plaatsen op het blog, het lopen met een kudde is voor mij bijna altijd “rozengeur en maneschijn”, maar vandaag niet. Dit keer geen glimlach.

Al dagen volg ik ontwikkelingen in Parijs en de wereld. De kranten staan er vol van, de radio en vooral de tv laat bizarre beelden zien. De avonden worden gevuld met mannen in pak met stropdassen. Er wordt gepraat, heel veel gepraat, maar weinig gezegd. Een van de weinigen die echt iets zegt is de burgemeester van Rotterdam.
Meer dan 3 miljoen mensen lopen mee in demonstraties in Frankrijk. Ook in Nederland zijn demonstraties. Als blijk van medeleven, ter ondersteuning, maar ook als protest lopen mensen mee. Ik heb nog nooit in een demonstratie meegelopen. Ik voel mij niet prettig in de massa en toch wil ik mijn grote zorg, maar ook mijn medeleven uiten. Iedereen doet dat op zijn eigen manier: mensen demonstreren, gaan bidden, praten erover of zingen erover. Ik schrijf een verhaaltje voor mijn blog…..

Het is koud en het stormt. Mijn hond Kita kan door de storm de commando’s niet horen en ik stuur hem aan met lichaamstaal en gebaren. Rond koffietijd ga ik op mijn kruk zitten, neem een bakkie en ik mijmer. Ik probeer de sombere gedachtes om te zetten in positieve gedachtes, want daarom ben ik vandaag naar de kudde gekomen...

Mijn gedachten gaan naar de zomervakantie van 2 jaar terug. Ik heb toen de Mont Ventoux met de fiets beklommen. Wel een mooie ervaring, maar de drukte en het circus eromheen trekt mij niet echt. De laatste drie kilometers fiets je boven de boomgrens. Het is een soort maanlandschap, ruig en grillig: alleen maar stenen. Twee kilometer voor de top is in deze ruigheid een monument neergezet ter nagedachtenis aan Tom Simpson (wielrenner) op deze plek gestorven door doping op 13 juli 1967 tijdens een Tour de France rit.
Ik passeer het monument kijkt er vluchtig naar, het zweet stroomt van mijn gezicht, mijn bovenbenen ontploffen bijna en ik word angstig van mijn eigen gehijg. Op het moment dat ik zijwaarts naar rechts naar het monument kijk, zie ik 50 meter verderop een kleine kudde schapen lopen. Hoe bizar! Geen grasplukje te bekennen en toch leven de schapen hier.
Lager naar het dal toe is wel meer te eten, maar de temperatuur is daar in de zomer te hoog voor de dieren.

Ik haal vermoeid de top, laat een foto door een toerist van mij maken bij het bordje Mont Ventoux 1910 m hoogte. Ik eet en drink wat en ga aan een gevaarlijke afdaling beginnen. Thuisgekomen op de camping vraagt mijn vrouw: “En? Gehaald? “Ja, tuurlijk,” zeg ik vermoeid. “Hoe was het?”vraagt ze verder. En ik antwoord: “Twéé kilometer voor de top heb ik een kudde schapen gezien, bizar...” Ik sluit mijn ogen en val in slaap. 's Avonds bij het eten zeg ik tegen mijn vrouw: “Morgen ga ik weer, maar dan met hond Kita, ik ga lopend.”

De looptocht duurt 4 uur en het is warm, nergens een beekje of stroompje. De Mont Ventoux bestaat uit poreus gesteente, dus al het regenwater zakt tientallen meters naar beneden. Het is een wijngebied maar het benodigde water moet opgepompt worden. Hond Kita drinkt mijn halve fles water leeg. Eén kilometer voor de top zie ik enkele schapen lopen en verderop nog wat. Ik geeft Kita een commando en zij brengt de schapen rustig bij elkaar. Als herder is dit een prachtige ervaring. Elke herder wil zich ontwikkelen, “wil hogerop” denk ik dan, en nu ben ik op 1900 m hoogte met m’n hond en schapen! Wat een ervaring!


Mijn gedachten dwalen af naar andere gebeurtenissen in Frankrijk, een land waar ik veel ben. Ik denk aan mijn Franse vriend Christophe, hij heeft 3 jaar geleden een pup van mijn hond Kita gekregen. We hebben veel contact. Hij woont en werkt in de buurt van Parijs en automatisch zijn mijn gedachten weer bij de ellende van Parijs. Ik heb Christophe direct na de aanslag op Charlie Hebdo een mail gestuurd, binnen een uur kreeg ik een antwoord, kort samengevat: la PEUR, la PEUR!! (de ANGST, de ANGST!!).

Terneergeslagen kijk ik om mij heen, de storm is gaan liggen en ik denk: “Hoe reageren dieren op zulke dramatische gebeurtenissen? Zouden ze er iets van mee krijgen?” Ik weet wel dat paarden gevoelens van mensen kunnen “spiegelen” en ik weet dat een hond de gemoedstoestand van zijn of haar baas aan kan voelen.
Er zijn meer dieren dan mensen op de wereld. Stel dat alle dieren zich zouden kunnen uiten? Zouden zij zich dan ook afzetten tegen de afschuwelijke gebeurtenissen in Parijs? Natuurlijk, het is een utopie, maar ik denk er toch aan…..Het is een rare, vreemde gedachte... Ik schud mijn hoofd en ik ben weer bij de werkelijkheid. De kudde is verspreid over het land, maar naast mij staat één schaap, natuurlijk nummer 39, de leider van de kudde, met achter hem natuurlijk enkele volgers.

Ik heb een speciale band met nummer 39. Het is het enige schaap dat mij opzoekt, als ik rust wil, of als ik iets te vertellen heb tegen een voorbijganger, of… als ik in mij zelf mompel of, zoals nu, nu ik het niet meer weet…
Soms denk ik wel eens: “Hij begrijpt mij” en ik maak een foto van hem: